CrosstelaStekenbibliotheekKruissteken
Zo borduur je een kruissteek
Twee schuine steken die elkaar kruisen. De bovenste ligt in het hele werkje dezelfde kant op. Je werkt hem in 2 werkgangen: steek de naald omhoog bij elk oneven getal en omlaag bij het even getal dat erop volgt.
- Familie
- Kruissteken
- Moeilijkheid
- 1 van 3 · beginner
- Werkgangen
- 2
- Grootte
- 1 × 1 hokje
- Draden
- Meestal 2 op Aida 14 count, 3 op 11 count, 1–2 op 16–18 count.
- Ook bekend als
- Merksteek, Point de croix, Gros point
Oneven nummers: de naald komt omhoog. Even nummers: de naald gaat omlaag.
De stof omgedraaid: de weg van de draad van elk gaatje waar hij omlaag gaat naar het volgende waar hij omhoogkomt. Waar hij begint en wordt afgehecht, zie je niet.
Waarvoor je hem gebruikt
Twee diagonalen die elkaar in één hokje kruisen – de steek waaruit bijna elk patroon bestaat.
Voor vlakken, contouren, lijnen, randen en banden, in kruissteek, telwerk en stramienwerk.
Stap voor stap
- De draad komt omhoog in de hoek rechtsonder en loopt schuin naar linksboven.
- Het tweede beentje loopt van linksonder naar rechtsboven, over het eerste heen.
Klaar. Laat de bovenste steek in elk kruisje dezelfde kant op liggen.
Tips en veelgemaakte fouten
- Elk bovenste beentje ligt dezelfde kant op, in het hele werkje.
- Borduur je een rij in één kleur, leg dan eerst alle eerste beentjes en kruis ze op de terugweg.
- Trek niet te strak aan: het kruisje ligt óp de stof.